Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr…

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 oktober 2023
Datum publicatie
12 oktober 2023
Zaaknummer
21/05167
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1447
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Motivering schatting w.v.v. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft uit camerabeelden en tapgesprekken die hof in zijn uitspraak vermeldt niet kunnen afleiden dat al het contante geld dat op bankrekening van A is gestort, telkens afkomstig was van betrokkene. Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen bieden geen steun aan oordeel dat het contante geld dat op bankrekeningen van B en C gestort is, afkomstig is van betrokkene. Camerabeelden van contante stortingen zien op stortingen op rekening van A, niet op stortingen op bankrekeningen van B en C. Uit tapgesprekken die hof citeert, volgt niet dat één of meer van deze gesprekken met stortingen van contant geld op bankrekeningen van B en C verband houden. Feiten en omstandigheden op grond waarvan gevolgtrekkingen uit geciteerde tapgesprekken kunnen worden geëxtrapoleerd naar bankrekeningen van B en C ontbreken. Overwegingen en b.m. die in strafzaak onderbouwen dat betrokkene het contante geld, dat op deze bankrekeningen is gestort, tezamen en in vereniging met ander heeft witgewassen, zijn in ’s hofs uitspraak niet overgenomen. Al met al heeft hof de schatting van w.v.v. niet aan inhoud van gebruikte b.m. kunnen ontlenen. ’s Hofs oordeel dat bewezenverklaard gewoontewitwassen of andere strafbare feiten “op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat betrokkene w.v.v. heeft verkregen” is ook overigens ontoereikend gemotiveerd.

Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 21/05079 en 21/05219 P en met 21/05221 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:781
  2. Hoge Raad · 17 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1447

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05167 P

Datum 17 oktober 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2021, nummer 21-005582-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5, 8, 9 en 10 tot en met 16.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.