Strafrecht overig
Mensenhandel m.b.t. drie vrouwen in prostitutie (art. 273f Sr) en gewoontewitwassen van inkomsten uit…
Hoge Raad, 17 oktober 2023
ECLI:NL:HR:2023:1463 · Hoge Raad · 17 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1463
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2023
- Datum publicatie
- 16 oktober 2023
- Zaaknummer
- 21/03956
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1463
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mensenhandel m.b.t. drie vrouwen in prostitutie (art. 273f Sr) en gewoontewitwassen van inkomsten uit mensenhandel (art. 420bis.1.b jo. 420ter.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht mensenhandel. Is sprake van ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’, ‘misbruik van kwetsbare positie’ en (oogmerk van) uitbuiting? 2. Kwalificatie-uitsluitingsgrond witwassen. Kan bewezenverklaarde (verwerven, omzetten en gebruik maken van geldbedragen die uit eigen misdrijf zijn verkregen) worden gekwalificeerd als (gewoonte)witwassen?
Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: ’s Hofs kennelijke oordeel dat aangeefsters zich niet in - met opstelling van mondige Nederlandse prostituee vergelijkbare - situatie bevonden waarin onafhankelijke zelfstandige opstelling mogelijk is en dat zij daarin (minstgenomen) in mindere mate dan zo’n prostituee bewuste keuze konden maken, is niet onbegrijpelijk. Mede gelet op omstandigheden waaronder zij prostitutiewerkzaamheden uitvoerden, is ’s hofs oordeel dat sprake was van (oogmerk van) uitbuiting evenmin onbegrijpelijk.
Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft kennelijk geoordeeld dat geen sprake is van bijzonder geval waarin ‘omzetten’ of ‘gebruik maken’ plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin verdachte die misdrijf heeft begaan en daarmee door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan witwassen. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat verdachte met de geldbedragen deels in zijn levensonderhoud heeft voorzien, goederen of diensten heeft aangeschaft, reizen heeft gemaakt en benzine heeft betaald.
Volgt verwerping. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (volmacht houdt niet in dat advocaat bepaaldelijk door verdachte is gemachtigd om cassatieberoep in te stellen en is niet ondertekend).
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 september 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:8571Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2023
ECLI:NL:PHR:2023:747Hoge Raad · 17 oktober 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1463
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03956
Datum 17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2021, nummer 21-004073-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel keert zich tegen de bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde mensenhandel.
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.16.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het onder 4 bewezenverklaarde als (gewoonte)witwassen kan worden gekwalificeerd.
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.2 tot en met 5.9.
4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
5 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.