Strafrecht overig
Poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan penitentiair inrichtingswerker, art. 302.1 Sr. Laatste…
Hoge Raad, 7 november 2023
ECLI:NL:HR:2023:1475 · Hoge Raad · 7 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1475
Zaakgegevens
Op 7 november 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Datum publicatie
- 19 oktober 2023
- Zaaknummer
- 21/05236
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1475
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan penitentiair inrichtingswerker, art. 302.1 Sr. Laatste woord gegeven voorafgaand aan repliek en dupliek, art. 311.4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat (nadat aan verdachte (en zijn raadsman) het recht was gelaten het laatst te spreken, AG daarna had gerepliceerd en raadsman vervolgens had gedupliceerd) aan verdachte opnieuw het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 december 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:11582Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 september 2023
ECLI:NL:PHR:2023:800Hoge Raad · 7 november 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1475
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/05236
Datum 7 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2021, nummer 21-005727-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M. Berndsen en K. Canatan, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2021 houdt onder meer het volgende in:
“De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:
(...)
Als raadsman van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam.
(...)
De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering voor (...).
Deze vordering is aan het hof overgelegd.
De raadsman voert het woord tot verdediging en pleit daartoe overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota, welke aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingevoegd.
Aan de verdachte en de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De advocaat-generaal repliceert.
De raadsman dupliceert.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 17 december 2021 te 14:00 uur.
De verdachte deelt mede niet bij de uitspraak aanwezig te willen zijn.”
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2021 blijkt niet dat – nadat aan de verdachte (en zijn raadsman) het recht was gelaten het laatst te spreken, de advocaat-generaal daarna had gerepliceerd en de raadsman vervolgens had gedupliceerd – aan de verdachte opnieuw het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.
Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.