Strafrecht overig

Poging tot doodslag door in 2021 in Amsterdam n.a.v. ruzie over basepijp een ander met mes in zijn hals te…

Hoge Raad, 7 november 2023

Zaakgegevens

Op 7 november 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 november 2023
Datum publicatie
23 oktober 2023
Zaaknummer
22/03381
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1478
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag door in 2021 in Amsterdam n.a.v. ruzie over basepijp een ander met mes in zijn hals te snijden, art. 287 Sr.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 6 september 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:2628
  2. Hoge Raad · 7 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1478

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03381

Datum 7 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 september 2022, nummer 23-003183-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.