Strafrecht overig

Brandstichting in autoverhuurbedrijf, art. 157.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. HR: Om…

Zaakgegevens

Op 19 december 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2023
Datum publicatie
20 december 2023
Zaaknummer
21/05330
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1788
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Brandstichting in autoverhuurbedrijf, art. 157.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft overwogen dat DNA van verdachte zowel op ter plaatse aangetroffen T-shirt als op daar aangetroffen schoen is gevonden. Hof acht alternatief scenario dat iemand anders T-shirt en schoen van verdachte heeft gebruikt niet aannemelijk geworden. Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk als redengevende omstandigheid aangemerkt dat verdachte, wiens DNA ter plaatse van brand is aangetroffen op T-shirt en op schoen, daags na brand contact heeft opgenomen met huisarts en dat die dag medicijnen aan hem zijn afgegeven die passen bij behandeling van brandwonden. Daarbij heeft hof in aanmerking genomen dat verdachte voor deze redengevende omstandigheid die ‘om verklaring schreeuwt’ geen die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft afgelegd. Wat namens verdachte naar voren is gebracht over bevindingen van NFI doet er niet aan af dat hof het aantreffen van DNA op T-shirt en schoen alsmede contact met huisarts en afgeven van medicijnen daags na brand als redengevende omstandigheden heeft kunnen aanmerken. Hof heeft verweer van verdediging aldus samengevat ‘dat niet bewezen kan worden verklaard dat er sprake is van opzettelijke brandstichting’ en dat niet bewezen kan worden verklaard ‘dat verdachte t.t.v. ontstaan van brand ter plaatse aanwezig was, nu T-shirt en schoen, waarop DNA-materiaal is aangetroffen dat overeenkomt met DNA van verdachte, mogelijk door iemand anders zijn gebruikt t.t.v. ontstaan van brand’. Daarmee heeft hof beide elementen van verweer in ogenschouw genomen. Gelet hierop heeft hof bewezenverklaring toereikend gemotiveerd en bewijsverweer toereikend gemotiveerd verworpen.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1081
  2. Hoge Raad · 19 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1788

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05330

Datum 19 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 december 2021, nummer 22-005348-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J. Vermaat en E.A. Blok, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023.