Strafrecht overig

Veroordeling wegens aanwezig hebben 15.000 pillen MDMA (art. 2.C Opiumwet); vrijspraak medeplegen…

Hoge Raad, 21 februari 2023

Zaakgegevens

Op 21 februari 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 februari 2023
Datum publicatie
16 februari 2023
Zaaknummer
21/02023
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:242
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling wegens aanwezig hebben 15.000 pillen MDMA (art. 2.C Opiumwet); vrijspraak medeplegen moord/doodslag in Valkenswaard in 2014. 1. Afwijzing voorwaardelijk verzoek DNA-onderzoek t.a.v. zakje met MDMA-pillen. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden) en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, art. 359.2 Sv. Heeft hof strafoplegging toereikend gemotiveerd in het licht van gevoerd straftoemetingsverweer (beroep op oriëntatiepunten)?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02022.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 8 december 2016

    ECLI:NL:RBOBR:2016:6806
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 april 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:1262

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 10 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:28
  4. Hoge Raad · 21 februari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:242

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02023

Datum 21 februari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2021, nummer 20-003865-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2023.