Strafrecht overig

Medeplegen poging tot doodslag (art. 287 Sr) door in 2019 in Roosendaal vanuit rijdende auto meerdere malen…

Zaakgegevens

Op 21 maart 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 maart 2023
Datum publicatie
21 maart 2023
Zaaknummer
22/01129
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:436
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen poging tot doodslag (art. 287 Sr) door in 2019 in Roosendaal vanuit rijdende auto meerdere malen met vuurwapen te schieten in de richting van persoon in andere rijdende auto.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 22/01056.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 maart 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2569
  2. Hoge Raad · 21 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:436

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01129

Datum 21 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2022, nummer 20-002831-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.C. Schouten, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 maart 2023.