Strafrecht overig

Poging tot doodslag door tijdens achtervolging in 2016 in Venlo in te rijden op andere auto met 2 inzittenden…

Hoge Raad, 13 juni 2023

Zaakgegevens

Op 13 juni 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juni 2023
Datum publicatie
12 juni 2023
Zaaknummer
22/03224
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:915
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag door tijdens achtervolging in 2016 in Venlo in te rijden op andere auto met 2 inzittenden (art. 287 Sr), waarna verkeersongeval is ontstaan, ten gevolge waarvan door schuld van verdachte (roekeloosheid) lichamelijk letsel is toegebracht aan passagier in zijn auto (art. 6 jo. 175.2.b WVW 1994).

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 augustus 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2980
  2. Hoge Raad · 13 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:915

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03224

Datum 13 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 augustus 2022, nummer 20-001154-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.P.H. Hameleers, advocaat te Roermond, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2023.