Strafrecht overig

Diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij ( art. 311.1.5 Sr). Vrijspraak eerste…

Hoge Raad, 13 juni 2023

Zaakgegevens

Op 13 juni 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juni 2023
Datum publicatie
13 juni 2023
Zaaknummer
21/04683
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:916
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij ( art. 311.1.5 Sr). Vrijspraak eerste aanleg. Bewijsklacht. HR: Middel leidt niet tot cassatie om redenen vermeld in CAG. CAG: Bewijsmiddelen houden in dat zegels van hoofdaansluitkast waren verbroken en dat aan onderzijde van zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt die liep buiten elektriciteitsmeter om naar de in woning van verdachte aangetroffen hennepkwekerij en deze kwekerij voorzag van elektriciteit. Hof heeft, niet onbegrijpelijk, vastgesteld dat verdachte zelf de aangetroffen hennepplanten heeft geteeld. Hof heeft voorts, niet onbegrijpelijk, vastgesteld dat scenario dat een derde de hennepkwekerij exploiteerde niet aannemelijk is geworden. ’s Hofs oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het verdachte is geweest die elektriciteit heeft weggenomen, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Omstandigheid dat hoofdaansluitkast zich in centrale hal van gebouw bevond en niet in woning van verdachte zelf maakt dat niet anders, mede gezien het feit dat aansluiting vanuit hoofdaansluitkast naar hennepplantage liep, die in slaapkamer van woning van verdachte is aangetroffen. Bewezenverklaring is naar eis der wet voldoende met redenen omkleed.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 28 oktober 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:3239
  2. Conclusie A-G · 18 april 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:434
  3. Hoge Raad · 13 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:916

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04683

Datum 13 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 oktober 2021, nummer 23-000368-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Jonk, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring ten aanzien van diefstal van elektriciteit door middel van verbreking niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.

2.2

De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 13 respectievelijk 4, 5 en 14.

2.3

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 16 tot en met 20.

3 Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2023.