Strafrecht overig

Medeplegen diefstal met geweld door samen met haar toenmalige vriend een hun bekende minder valide en…

Zaakgegevens

Op 20 juni 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 juni 2023
Datum publicatie
16 juni 2023
Zaaknummer
21/02792
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:942
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen diefstal met geweld door samen met haar toenmalige vriend een hun bekende minder valide en rolstoelafhankelijke man ’s nachts in zijn woning te beroven van geld (€ 70), 2 telefoons en rookwaar (art. 312.2.2 Sr) en medeplegen winkeldiefstal (art. 311.1.4 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. gewelddadige woningoverval. 1. Bewijsklacht medeplegen t.a.v. gewelddadige woningoverval. 2. Vorderingen benadeelde partijen van winkeldiefstal t.a.v. proceskosten, art. 532 Sv. Discrepantie tussen dictum hof en overwegingen t.a.v. vorderingen b.p.’s. Kon hof verdachte veroordelen in de door b.p.’s gemaakte kosten, nu hof heeft overwogen dat b.p.’s worden veroordeeld in proceskosten van verdachte? 3. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO.

Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft uit de in zijn bewijsvoering vastgestelde feiten en omstandigheden afgeleid dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte gericht op gezamenlijke beroving van aangever en dat bijdrage van verdachte ook van zodanig gewicht is geweest dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat verdachte door (zoals hof bij zijn oordeel heeft betrokken) uiten van bedreigende woorden het strafbare feit ook deels tezamen met medeverdachte heeft uitgevoerd.

Ad 2. Om redenen die in CAG staan vermeld, zal HR ‘s hofs uitspraak zo verstaan dat b.p.’s zijn veroordeeld in proceskosten van verdachte, welke kosten tot aan datum van ‘s hofs uitspraak zijn begroot op nihil. ‘s Hofs uitspraak brengt mee dat verdachte t.a.v. geding over vorderingen b.p.’s ook in hoger beroep geen kosten a.b.i. art. 532 Sv meer zal maken, zodat na deze uitspraak van HR deze kosten eveneens nihil zullen zijn.

Ad 3. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking.

HR verstaat dat hof b.p.’s heeft veroordeeld in proceskosten van verdachte (begroot op nihil).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 juli 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3615
  2. Conclusie A-G · 9 mei 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:421
  3. Hoge Raad · 20 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:942

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02792

Datum 20 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 juli 2021, nummer 20-003218-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op 12 februari 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover het hof heeft bepaald dat de verdachte in de door de benadeelde partijen gemaakte kosten wordt veroordeeld, tot voorziening in dit verzuim en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring ten aanzien van het medeplegen van de diefstal met geweld in de zaak met parketnummer 03-700316-17 niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.4 en 3.6 tot en met 3.8.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de verdachte in de zaak met parketnummer 03-659158-18 ten onrechte heeft veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] .

3.2

Om de redenen die in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.5 staan vermeld, zal de Hoge Raad de uitspraak van het hof zo verstaan dat de benadeelde partijen zijn veroordeeld in de proceskosten van de verdachte, welke kosten tot aan de datum van de uitspraak van het hof zijn begroot op nihil. De uitspraak van het hof brengt mee dat de verdachte ten aanzien van het geding over de vordering van de benadeelde partijen ook in hoger beroep geen kosten als bedoeld in artikel 532 Sv meer zal maken, zodat na deze uitspraak van de Hoge Raad deze kosten eveneens nihil zullen zijn.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verstaat dat het hof de benadeelde partijen heeft veroordeeld in de proceskosten van de verdachte, welke kosten tot aan de datum van de uitspraak van het hof zijn begroot op nihil;

- verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2023.