Strafrecht overig
Medeplegen voorhanden hebben omgebouwd alarmpistool met munitie en pistoolmitrailleur in door verdachte…
Hoge Raad, 27 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:976 · Hoge Raad · 27 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-976
Zaakgegevens
Op 27 juni 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juni 2023
- Datum publicatie
- 23 juni 2023
- Zaaknummer
- 21/03354
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:976
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen voorhanden hebben omgebouwd alarmpistool met munitie en pistoolmitrailleur in door verdachte bestuurde auto, art. 26.1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting. Bewijsklacht voorhanden hebben. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ‘s Hofs oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich bewust was van aanwezigheid van wapens en munitie, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Hof heeft bewezenverklaring gebaseerd op feiten en omstandigheden als vervat in bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Hof heeft mede gelet hierop zijn oordeel kunnen baseren op de uit b.m. blijkende omstandigheden dat wapens en munitie zijn aangetroffen onder bijrijdersstoel van auto waarin verdachte als enige reed en die verdachte ook op dat moment bestuurde en dat DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen op één van de wapens. Voor bewezenverklaring van voorhanden hebben van wapens en munitie geen bewijs nodig waaruit volgt dat DNA-materiaal van verdachte op wapen is terechtgekomen door rechtstreeks contact. Bewezenverklaring m.b.t. voorhanden hebben is dan ook voldoende met redenen omkleed.
Volgt verwerping. Samenhang met 21/03255 en 21/03452.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 juli 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:4357Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:508Hoge Raad · 27 juni 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:976
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03354
Datum 27 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juli 2021, nummer 20-002552-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt in de kern over de bewezenverklaring van het medeplegen van het voorhanden hebben van wapens en munitie.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 16.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 243 dagen.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 231 dagen beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.