Strafrecht overig
Poging tot doodslag door ’s nachts 6 schoten te lossen in richting van woning, waarbij 2 auto’s en kozijn van…
ECLI:NL:HR:2024:10 · Hoge Raad · 16 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-10
Zaakgegevens
Op 16 januari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 januari 2024
- Datum publicatie
- 10 januari 2024
- Zaaknummer
- 22/01539
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:10
Samenvatting
Poging tot doodslag door ’s nachts 6 schoten te lossen in richting van woning, waarbij 2 auto’s en kozijn van voordeur van woning van buurman (nummer 256) van beoogd slachtoffer (A) wordt geraakt, terwijl A zich buiten in de buurt van woning met nummer 254 bevindt, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vastgesteld dat A zich buiten woning met huisnummer 254 bevond toen er meermalen werd geschoten. ‘s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat, mede gezien de geringe afstand tussen voordeuren van woningen met nummer 254 en 256 en gelet op richting waarin blijkens kogelinslagen is geschoten, kans aanmerkelijk is dat A door een of meer kogels zou zijn getroffen met dodelijk letsel als gevolg, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 12 april 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1109Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 december 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1090Hoge Raad · 16 januari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:10
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01539
Datum 16 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2022, nummer 23-004478-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.J.M. Dammers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde voor zover het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 2.3 tot en met 2.10.
3 Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.