Strafrecht overig
(Poging tot) inbraken en overvallen door in wooncomplexen, waar zorgbehoevende ouderen wonen, sleutelkastjes…
Hoge Raad, 27 augustus 2024
ECLI:NL:HR:2024:1095 · Hoge Raad · 27 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-1095
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2024
- Datum publicatie
- 26 augustus 2024
- Zaaknummer
- 23/01269
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1095
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
(Poging tot) inbraken en overvallen door in wooncomplexen, waar zorgbehoevende ouderen wonen, sleutelkastjes (met daarin huissleutel t.b.v. zorgpersoneel) open te breken, woning te betreden, fysiek geweld op aanwezige, slapende bewoners uit te oefenen en hun alarmknop af te pakken om vervolgens juwelen, geld, kluizen met inhoud te pakken en ringen van vingers van bewoners te trekken (art. 310, 311.1 en 312.2 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Vrijspraak in eerste aanleg (van aantal feiten). Bewijsklachten. 1. Schakelbewijsconstructie. 2. Kan aangetroffen schroevendraaier aan verdachte worden gekoppeld? 3. Zijn sleutelkastjes opengebroken met schroevendraaier die is aangetroffen in auto? 4. Kon hof vaststellen dat kluis, waarover getuige heeft verklaard, kluis is die is weggenomen bij aangeefster? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 maart 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1044Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:688Hoge Raad · 27 augustus 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1095
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01269
Datum 27 augustus 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2023, nummer 20-000134-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De vier cassatiemiddelen klagen dat het bewezenverklaarde niet uit de gebruikte bewijsmiddelen kan worden afgeleid. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2024.