Strafrecht overig
Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1 Sr)…
Hoge Raad, 3 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1106 · Hoge Raad · 3 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-1106
Zaakgegevens
Op 3 september 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 september 2024
- Datum publicatie
- 30 augustus 2024
- Zaaknummer
- 22/01681
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1106
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1 Sr). Vrijspraak eerste aanleg. 1. Bewijsklachten oplichting. Heeft verdachte door samenweefsel van verdichtsels aangeefsters bewogen tot aangaan van schulden in de vorm van telefoonabonnementen en afgifte van telefoons? 2. Bewijsklachten mensenhandel. Heeft verdachte aangeefsters uitgebuit?
Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel van hof over “bewegen tot” is in het licht van HR:2020:1149 en daarin verwoorde gezichtspunten inzake oplichting onvoldoende gemotiveerd.
Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit door hof vastgestelde voorvallen blijkt dat handelen van verdachte steeds min of meer zelfde verloop/patroon kent, waarbij hij (jonge) vrouwen benadert en deze, zonder dat dit zijn ware intenties zijn, liefdesrelatie met hem c.q. bekende in vooruitzicht stelt en/of misbruik maakt van kwetsbare positie waarin vrouw verkeert, terwijl zijn handelen er steeds op is gericht dat vrouw telefoonabonnementen afsluit, met als enig doel dat hij daarvan financieel profiteert. Van benarde positie waarin aantal aangeefsters hierdoor komt te verkeren, maakt verdachte vervolgens misbruik in de zin van seksuele exploitatie. Oordeel van hof over mensenhandel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk noch ontoereikend gemotiveerd.
Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 april 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:11151Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 mei 2024
ECLI:NL:PHR:2024:550Hoge Raad · 3 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1106
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01681
Datum 3 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 april 2022, nummer 21-002827-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde en de strafoplegging, derhalve met inbegrip van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangeefster 2] en [aangeefster 4] , in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde oplichtingen, voor zover deze inhoudt dat de verdachte door een samenweefsel van verdichtsels [aangeefster 2] , [aangeefster 4] en [aangeefster 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het aangaan van een schuld.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 tot en met 5 en 7 tot en met 21.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1A tenlastegelegde mensenhandel.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 4 en 24 tot en met 37.
4 Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde en de strafoplegging, met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van [aangeefster 1] , [aangeefster 6] en [betrokkene 13] ;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2024.