Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/02959, 21/02994, 21/03019, 21/03043, 21/03079 en…

Zaakgegevens

Op 30 januari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 januari 2024
Datum publicatie
26 januari 2024
Zaaknummer
21/03102
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:117
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/02959, 21/02994, 21/03019, 21/03043, 21/03079 en 21/03282 en met 21/03101 en 21/03103 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 februari 2017

    ECLI:NL:RBZWB:2017:1978
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 juli 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2233

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 5 december 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1226
  4. Hoge Raad · 30 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:117

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03102

Datum 30 januari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2021, nummer 20-000729-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2024.