Strafrecht overig
Mishandeling door omwonende die zich beklaagt over rijgedrag van pakketbezorger meermalen in gezicht te…
ECLI:NL:HR:2024:1286 · Hoge Raad · 24 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-1286
Zaakgegevens
Op 24 september 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 september 2024
- Datum publicatie
- 23 september 2024
- Zaaknummer
- 22/01772
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1286
Samenvatting
Mishandeling door omwonende die zich beklaagt over rijgedrag van pakketbezorger meermalen in gezicht te stompen, art. 300.1 Sr. Vrijspraak eerste aanleg. Noodweer, art. 41.1 Sr. Kon hof oordelen dat de door verdachte aangevoerde feitelijke toedracht niet aannemelijk is geworden? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt het middel. CAG: O.b.v. gebruikte bewijsmiddelen is ’s hofs oordeel, dat het niet aannemelijk is geworden dat slachtoffer de verdachte met zaklamp op zijn neus heeft geslagen, niet onbegrijpelijk. Getuige heeft verklaard dat verdachte “zonder dat ander wat deed” fors uithaalde naar slachtoffer. Andere getuige heeft verklaard dat alleen 1 van 2 mannen (verdachte en slachtoffer) de ander een klap in zijn gezicht gaf waarna geslagen man op de grond viel. ‘s Hofs oordeel wordt niet onbegrijpelijk in het licht van processtukken waarop beroep wordt gedaan, die gang van zaken zouden ondersteunen die aan beroep op noodweer ten grondslag zijn gelegd, omdat feitenrechter beslist wat hij van beschikbaar bewijsmateriaal wel en niet betrouwbaar en bruikbaar vindt. Of verdachte 1 of 2 klappen heeft gegeven, is voor verwerping van beroep op noodweer niet van belang.
Volgt verwerping.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:640Hoge Raad · 24 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1286
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01772
Datum 24 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 mei 2022, nummer 21-002503-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Zwiers, advocaat in Almere, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer.
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van 40 uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024.