Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. witwassen. Geen middelen…

Hoge Raad, 12 november 2024

Zaakgegevens

Op 12 november 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 november 2024
Datum publicatie
8 november 2024
Zaaknummer
22/01868
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1626
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. witwassen.

Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 22/01867.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 24 september 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1222
  2. Hoge Raad · 12 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1626

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01868 P

Datum 12 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2022, nummer 21-004054-21, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2024.