Strafrecht overig

Eendaadse samenloop van wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg (art. 180 jo. 181.1 Sr) en…

Zaakgegevens

Op 12 november 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 november 2024
Datum publicatie
11 november 2024
Zaaknummer
22/04249
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1650
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Eendaadse samenloop van wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg (art. 180 jo. 181.1 Sr) en mishandeling van ambtenaar (art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr). Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 437.2 Sv. Schriftuur te laat. Is aanzegging in cassatie rechtsgeldig betekend, nu niet blijkt dat aanzegging is uitgereikt aan autoriteit van welke zij is uitgegaan en dat afschrift van aanzegging is verzonden naar adres van verdachte a.b.i. art. 36e.2.b Sv? HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep niet in behandeling nemen. CAG: Uit akte van uitreiking bij aanzegging blijkt dat tevergeefs is geprobeerd aanzegging aan verdachte uit te reiken op zijn BRP-adres. Uit tweede akte van uitreiking, die door vergissing pas aan raadsman is toegezonden nadat hij schriftuur had ingediend, blijkt dat aanzegging o.g.v. art. 36e.2.b Sv is uitgereikt aan medewerker van parket PG HR. Ook blijkt daaruit dat afschrift van aanzegging is verzonden naar BRP-adres van verdachte. Dat wat raadsman heeft aangevoerd over niet rechtsgeldige betekening van aanzegging mist daarmee feitelijke grondslag. Nu betekening van aanzegging rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, waarbij ook voldoende inspanningen zijn verricht om ervoor te zorgen dat aanzegging de verdachte daadwerkelijk bereikt, maar namens verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend binnen de in art. 437.2 Sv bedoelde termijn, kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep.

Verdachte n-o.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 2 november 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:3946
  2. Conclusie A-G · 10 september 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:869
  3. Hoge Raad · 12 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1650

    Overig

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04249

Datum 12 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2022, nummer 23-000388-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, een ‘schriftuur, houdende klachten over de betekening van de aanzegging in cassatie’ ingediend.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2024.