Strafrecht overig
Poging tot doodslag door in 2020 in Apeldoorn woning van ander binnen te gaan en hem met mes in zijn…
Hoge Raad, 19 maart 2024
ECLI:NL:HR:2024:376 · Hoge Raad · 19 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-376
Zaakgegevens
Op 19 maart 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 maart 2024
- Datum publicatie
- 8 maart 2024
- Zaaknummer
- 22/02384
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:376
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot doodslag door in 2020 in Apeldoorn woning van ander binnen te gaan en hem met mes in zijn buikstreek te steken, art. 287 Sr.
HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 22/02383 (niet gepubliceerd; art. 80a RO).
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 9 oktober 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:5331Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 juni 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:5404(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Hoge Raad · 19 maart 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:376
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02384
Datum 19 maart 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2022, nummer 21-003730-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Arnhem, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2024.