Strafrecht overig

Poging tot doodslag door in 2018 in Eindhoven n.a.v. eerdere ruzie bewapend met (kap)mes naar woning van…

Zaakgegevens

Op 23 januari 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 januari 2024
Datum publicatie
16 januari 2024
Zaaknummer
23/00293
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:38
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot doodslag door in 2018 in Eindhoven n.a.v. eerdere ruzie bewapend met (kap)mes naar woning van ander toe te gaan en aldaar met dat mes op die ander in te steken (art. 287 Sr) en beschadiging van inboedel van die woning (art. 350.1 Sr).

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 januari 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1933
  2. Hoge Raad · 23 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:38

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00293

Datum 23 januari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2023, nummer 20-002499-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2024.