Strafrecht overig

Als leider deelnemen aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft bedrijfsmatige internationale…

Hoge Raad, 2 april 2024

Zaakgegevens

Op 2 april 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 april 2024
Datum publicatie
26 maart 2024
Zaaknummer
21/05253
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:499
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Als leider deelnemen aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft bedrijfsmatige internationale hennepteelt en hennephandel (art. 11a.2 (oud) jo. 11.3, 11.4 en 11.5 Opiumwet), medeplegen verkopen (art. 3.B Opiumwet) en uitvoeren van hennep (art. 3.A Opiumwet) en medeplegen vervoeren van hennep (art. 3.B Opiumwet). Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking.

Volgt verwerping. Samenhang met 21/05240 en 21/05256.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 februari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:145
  2. Hoge Raad · 2 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:499

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05253

Datum 2 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2021, nummer 20-003621-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal M.L.C.C. Lückers heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de schriftuur

De raadsman heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn – in de schriftuur uitsluitend aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van drie jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze twee jaren en elf maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2024.