Strafrecht overig
Ontucht plegen met zijn minderjarige stiefdochter, meermalen gepleegd (art. 249.1 Sr). 1. Gebruik voor bewijs…
Hoge Raad, 11 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:649 · Hoge Raad · 11 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-649
Zaakgegevens
Op 11 juni 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juni 2024
- Datum publicatie
- 19 april 2024
- Zaaknummer
- 22/04290
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:649
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontucht plegen met zijn minderjarige stiefdochter, meermalen gepleegd (art. 249.1 Sr). 1. Gebruik voor bewijs van WhatsApp-berichten en chatberichten die door aangeefster of haar moeder zijn overlegd. 2. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 3. Oplegging bijzondere voorwaarde (contactverbod) in strijd met art. 14c Sr, nu voorwaarde een onbepaalde duur heeft en toezicht op naleving ervan is opgedragen aan politie?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 april 2024
ECLI:NL:PHR:2024:361Hoge Raad · 11 juni 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:649
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04290
Datum 11 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 november 2022, nummer 21-004345-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2024.