Strafrecht overig

Verkrachting, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v…

Hoge Raad, 18 juni 2024

Zaakgegevens

Op 18 juni 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 juni 2024
Datum publicatie
24 mei 2024
Zaaknummer
23/01100
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:766
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verkrachting, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster, art. 359.2 Sv.

HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in reactie op verweer (niet onbegrijpelijk) overwogen dat i) er bij nauwkeurige vergelijking van de door aangeefster afgelegde verklaringen kleine verschillen zijn te constateren over volgorde van handelingen en exacte omschrijving van handelingen, maar dat dit gelet op consistentie van haar verklaringen op essentiële onderdelen aan betrouwbaarheid van die verklaringen niet afdoet en dat ii) verklaring van getuige aan die betrouwbaarheid evenmin afdoet. Hof heeft voorts overwogen dat verklaringen van aangeefster steun vinden in ander bewijsmateriaal. Hierop gebaseerd oordeel van hof dat het verklaringen van aangeefster betrouwbaar acht is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 maart 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:805
  2. Conclusie A-G · 9 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:392
  3. Hoge Raad · 18 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:766

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01100

Datum 18 juni 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 maart 2023, nummer 20-002990-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van een verweer over de betrouwbaarheid van de voor het bewijs gebruikte verklaringen van de aangeefster.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2024.