Strafrecht overig

Doodslag door in 2018 in Eindhoven op klaarlichte dag in woonwijk (met spelende kinderen op straat) met…

Zaakgegevens

Op 4 juni 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 juni 2024
Datum publicatie
31 mei 2024
Zaaknummer
23/02327
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:791
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Doodslag door in 2018 in Eindhoven op klaarlichte dag in woonwijk (met spelende kinderen op straat) met vuurwapen op korte afstand 5 kogels door hoofd van bestuurder van auto te schieten, art. 287 Sr.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 16 oktober 2019

    ECLI:NL:RBOBR:2019:5920
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 juni 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1845

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 4 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:791

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02327

Datum 4 juni 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2023, nummer 20-003314-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2024.