Strafrecht overig

Caribische zaak. Medeplegen invoer van marihuana (art. 4.1 jo. 11.2 Opiumwet 1960 BES) en medeplegen…

Hoge Raad, 9 september 2025

Zaakgegevens

Op 9 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 september 2025
Datum publicatie
26 augustus 2025
Zaaknummer
23/04341
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1209
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Medeplegen invoer van marihuana (art. 4.1 jo. 11.2 Opiumwet 1960 BES) en medeplegen voorhanden hebben van munitie (art. 3.1 jo. 11 Vuurwapenwet BES) op Bonaire. Ontvankelijkheid cassatieberoep, verstek in hoger beroep en verschijning van raadsman.

HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. CAG: Tegen verdachte is in h.b. verstek verleend, waarna tegen hem verstekvonnis is gewezen. O.g.v. art. 10.2 Rijkswet staat voor verdachte, die in h.b. bij verstek is veroordeeld, geen cassatieberoep open. Omstandigheid dat raadsman van ttz. in h.b. niet verschenen verdachte aldaar woord ter verdediging heeft gevoerd, leidt niet tot ander oordeel.

Verdachte n-o. Vervolg op HR:2021:1661.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 mei 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:597
  2. Hoge Raad · 9 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1209

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04341 C

Datum 9 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire , Sint Eustatius en Saba van 26 oktober 2023, nummer H 176/2019, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2025.