Strafrecht overig

Medeplegen valselijk opmaken van Belgisch paspoort (art. 231.1 Sr) en voorhanden hebben van dit vervalste…

Zaakgegevens

Op 9 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 september 2025
Datum publicatie
5 september 2025
Zaaknummer
23/00696
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1241
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen valselijk opmaken van Belgisch paspoort (art. 231.1 Sr) en voorhanden hebben van dit vervalste paspoort (art. 231.2 Sr). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte niet de persoon is die in afgeluisterde telefoongesprekken voorkomt als “[naam]” omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker van desbetreffend telefoonnummer was, art. 359.2 Sv.

HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Verdediging heeft omstandigheden op grond waarvan in p-v van 12-11-2017 wordt geconcludeerd dat verdachte de gebruiker is van desbetreffend telefoonnummer gemotiveerd weersproken. Voorts is door verdediging aangevoerd dat stemherkenning die door tolk is uitgevoerd onvoldoende betrouwbaar is om voor bewijs gebruikt te worden. Dit verweer kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als uos t.a.v. identificatie van verdachte als gebruiker van dit telefoonnummer. Hof is daarvan afgeweken. Door hof bevestigde bewijsoverwegingen van Rb bevatten niet redenen die daartoe hebben geleid a.b.i. art. 359.2 (tweede volzin) Sv. In het voor bewijs gebruikte onderdeel van p-v van identificatie van 19-2-2018 wordt conclusie dat “het niet anders kan zijn dan dat gebruiker van telefoonnummers een en dezelfde persoon is, namelijk verdachte”, ook niet nader toegelicht, zodat niet kan worden gezegd dat daarin nadere motivering van verwerping van standpunt van verdediging besloten ligt. Deze motivering kan evenmin worden gevonden in ’s hofs aanvullende beslissing op de door verdediging gedane voorwaardelijke verzoeken. Hof staat in dat kader weliswaar stil bij de door verdediging betwiste stemherkenning van tolk, maar dat staat verder los van overige naar voren gebrachte bezwaren van verdediging tegen identificatie van verdachte als gebruiker van telefoonnummer.

Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/00573 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 9 februari 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:401
  2. Conclusie A-G · 27 mei 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:596
  3. Hoge Raad · 9 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1241

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00696

Datum 9 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2023, nummer 22-002327-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Zevenboom bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat in de kern inhoudt dat de verdachte niet de persoon is die in de afgeluisterde telefoongesprekken voorkomt als “ [naam] ” omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de gebruiker van het betreffende telefoonnummer was.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.9.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2025.