Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Betekening dagvaarding in hoger…
Hoge Raad, 16 september 2025
ECLI:NL:HR:2025:1300 · Hoge Raad · 16 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1300
Zaakgegevens
Op 16 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2025
- Datum publicatie
- 12 september 2025
- Zaaknummer
- 23/01743
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1300
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.3 Sv. Had afschrift van dagvaarding in h.b. moeten worden verzonden naar het in volmacht tot instellen van h.b. opgegeven adres van verdachte in Roemenië?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In aanmerking genomen dat uitreiking van dagvaarding in h.b. heeft plaatsgevonden aan medewerker OM omdat woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend is, terwijl uit de door advocaat verstrekte schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van h.b. kan worden afgeleid dat van verdachte op moment van betekening een adres in Roemenië bekend was, en niet blijkt dat dagvaarding o.g.v. art. 36e.3 Sv is verzonden naar dit adres van verdachte in buitenland, is ‘s hofs oordeel hof dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, niet toereikend gemotiveerd.
HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juli 2025
ECLI:NL:PHR:2025:747Hoge Raad · 16 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1300
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01743
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2022, nummer 21-004264-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P.D. Popescu bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt in de kern over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.