Strafrecht overig
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft…
Hoge Raad, 16 september 2025
ECLI:NL:HR:2025:1305 · Hoge Raad · 16 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1305
Zaakgegevens
Op 16 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2025
- Datum publicatie
- 12 september 2025
- Zaaknummer
- 24/03758
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1305
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft Rb summier en voorlopig karakter van beklagprocedure miskend?
HR: Om redenen vermeld in CAG is middel gegrond. CAG: Rb heeft geoordeeld dat door klager voldoende inzichtelijk en aannemelijk is gemaakt hoe klager aan gelden is gekomen waarmee hij personenauto heeft gekocht en dat zijn verklaring hierover concreet, min of meer verifieerbaar en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk wordt geacht. Rb lijkt hiermee van oordeel te zijn dat van verdenking van witwassen geen sprake meer is. Met het stellen van de in deze overwegingen besloten liggende eisen heeft Rb onvoldoende onderkend dat onderzoek in raadkamer een summier en voorlopig karakter draagt en dat zij niet ten gronde mag treden in mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure in hoofd- of ontnemingszaak. Rb heeft daarbij onvoldoende gemotiveerd waarom geen nader onderzoek meer noodzakelijk “lijkt” of “hoeft” te worden gedaan.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 augustus 2025
ECLI:NL:PHR:2025:886Hoge Raad · 16 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1305
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03758 B
Datum 16 september 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 juli 2024, nummer RK 24/010218, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomen voorwerp verbeurd zal verklaren of zal onttrekken aan het verkeer.
Het cassatiemiddel is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.