Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op camper met Duits kenteken onder ander dan klaagster (Duitse rechtspersoon)…
Hoge Raad, 23 september 2025
ECLI:NL:HR:2025:1315 · Hoge Raad · 23 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1315
Zaakgegevens
Op 23 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 september 2025
- Datum publicatie
- 17 september 2025
- Zaaknummer
- 23/04099
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1315
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op camper met Duits kenteken onder ander dan klaagster (Duitse rechtspersoon) t.z.v. verdenking van heling en verduistering, waarna camper is teruggegeven aan beslagene. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv.
Uit de door griffie HR ingewonnen inlichtingen blijkt dat inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan beslagene. Hieruit volgt dat beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal HR het cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. HR merkt nog op dat het gaat om zaak waarin door verschillende partijen afzonderlijk klaagschriften zijn ingediend die betrekking hebben op hetzelfde inbeslaggenomen voorwerp. Voor evenwichtige en doelmatige afdoening van zulke zaken verdient het aanbeveling dat rechter (wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is) bevordert dat dergelijke klaagschriften gevoegd worden behandeld en vervolgens in 1 beschikking worden beoordeeld, zodat daartegen gericht beroep ook beslissing kan betreffen t.a.v. andere klager (vgl. HR:2012:BT8757).
Klaagster n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:589Hoge Raad · 23 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1315
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMERe
Nummer 23/04099 B
Datum 23 september 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 24 oktober 2022, nummer RK 22/013568, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] GMBH,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat D. Duijvelshoff bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder een ander dan de klaagster van een camper. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klaagster dat strekt tot teruggave aan haar van het inbeslaggenomen voorwerp ongegrond verklaard.
Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen blijkt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de beslagene.
Artikel 134 lid 2, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald”.
Hieruit volgt dat het beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen.
Opmerking verdient nog het volgende. Het gaat in dit geval om een zaak waarin door verschillende partijen afzonderlijk klaagschriften zijn ingediend die betrekking hebben op hetzelfde inbeslaggenomen voorwerp. Voor een evenwichtige en doelmatige afdoening van zulke zaken verdient het aanbeveling dat de rechter – wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is – bevordert dat dergelijke klaagschriften gevoegd worden behandeld en vervolgens in één beschikking worden beoordeeld, zodat een daartegen gericht beroep ook de beslissing kan betreffen ten aanzien van de andere klager. (Vgl. HR 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8757, rechtsoverweging 2.4.)
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2025.