Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Hof (enkelvoudige kamer) heeft betrokkene n-o verklaard in zijn…
ECLI:NL:HR:2025:1403 · Hoge Raad · 7 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1403
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2025
- Datum publicatie
- 26 september 2025
- Zaaknummer
- 23/04879
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1403
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Hof (enkelvoudige kamer) heeft betrokkene n-o verklaard in zijn hoger beroep omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a jo. 511g.2 Sv en art. 36e.1.b.1 en 36e.2.a Sv. Betekent omstandigheid dat oproeping in eerste aanleg op BRP-adres van betrokkene is uitgereikt aan huisgenoot van betrokkene dat oproeping aan betrokkene in persoon is betekend?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft vastgesteld dat betrokkene in e.a. is opgeroepen om op 16-5-2023 te verschijnen ttz. van Pr en dat oproeping voor die zitting aan huisgenoot op 21-4-2023 in persoon is betekend. Uit akte van uitreiking blijkt dat oproeping op 21-4-2023 op BRP-adres van betrokkene (adres van daklozenloket) is uitgereikt aan ander dan betrokkene, die beloofde brief onmiddellijk aan geadresseerde te geven. Volgens hof brengt deze vaststelling mee dat betrokkene binnen 14 dagen na datum waarop beslissing is gewezen h.b. had moeten instellen. Hof gaat er zo bezien vanuit dat beroepstermijn van art. 408.1 Sv van toepassing is. Meer in het bijzonder lijkt hof gelet op zinsnede “oproeping is aan huisgenoot op 21-4-2023 in persoon betekend” uit te zijn gegaan van toepasselijkheid van art. 408.1.a Sv. Dat oordeel is onjuist. Weliswaar wordt betekening aan degene die zich op dat adres bevindt a.b.i. art. 36e.1.b jo. 36e.2.a Sv in persoon aan degene die zich op dat adres bevindt gedaan, maar het gaat daarbij niet om betekening in persoon a.b.i. art. 36e.1 Sv, nu dit geen betekening in persoon aan geadresseerde zelf is. Overigens bevindt zich bij gedingstukken een “mededeling uitspraak ontneming” van 26-7-2023, die blijkens daarbij behorende akte van uitreiking op 4-8-2023 in persoon aan betrokkene is uitgereikt. Een dergelijke mededeling wordt niet gedaan indien sprake is van betekening in persoon (art. 366.2.a Sv). Nu de onder b tot en met d genoemde gronden van art. 408.1 Sv zich hier evenmin voordoen, is ‘s hofs oordeel dat h.b. binnen 14 dagen na einduitspraak moest worden ingesteld onbegrijpelijk. Dat discussie ttz. in h.b. zich enkel heeft toegespitst op het al dan niet verschoonbaar zijn van termijnoverschrijding doet hieraan niet af.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/05068.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:704Hoge Raad · 7 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1403
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04879 P
Datum 7 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2023, nummer 23-001863-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande beroep wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de betrokkene ten onrechte wegens overschrijding van de wettelijk voorgeschreven beroepstermijn niet-ontvankelijk heeft verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep. Daartoe is onder meer aangevoerd dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de uitreiking van de oproeping in eerste aanleg aan een huisgenoot van de betrokkene gelijk te stellen met een betekening aan de betrokkene in persoon van die oproeping.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2025.