Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 700) onder klager t.z.v. diefstal van fiets d.m.v. verbreking…

Zaakgegevens

Op 30 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 september 2025
Datum publicatie
26 september 2025
Zaaknummer
23/03681
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1429
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 700) onder klager t.z.v. diefstal van fiets d.m.v. verbreking, waarna OM heeft beslist tot teruggave van geldbedrag aan klager met verrekening. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv jo. 6:1:13 Sv.

HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat OM heeft beslist tot teruggave van inbeslaggenomen geldbedrag en tot uitbetaling van dit bedrag aan Centraal Justitieel Incasso Bureau ter verrekening met bedragen die klager aan de staat verschuldigd is. Door toepassing van verrekening a.b.i. art. 6:1:13 Sv is geldbedrag aan klager teruggegeven. Hieruit volgt dat beslag is geëindigd. Dat geldbedrag bij CJIB is terechtgekomen en niet bij klager, maakt dit niet anders.

Klager n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 juni 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:679
  2. Hoge Raad · 30 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1429

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03681 B

Datum 30 september 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2023, nummer RK 23/017888, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot nietontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.