Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op 2 bankrekeningen onder klaagster i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen…

Hoge Raad, 18 november 2025

Zaakgegevens

Op 18 november 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 november 2025
Datum publicatie
14 november 2025
Zaaknummer
25/00055
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1702
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op 2 bankrekeningen onder klaagster i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen haar partner. Anderbeslag ex art. 94a.4 en 94a.5 Sv. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast?

HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel Rb dat RC machtiging heeft verleend om conservatoir beslag te leggen t.z.v. een aan klaagster op te leggen ontnemingsmaatregel omdat kennelijk bedoeling is geweest van RC machtiging te verlenen om naast derdenbeslag ook conservatoir beslag onder klaagster te leggen, is niet begrijpelijk. Rb heeft vastgesteld dat beslag is gelegd in strafrechtelijk onderzoek tegen partner van klaagster, zodat Rb had moeten beoordelen of buiten redelijke twijfel is dat klaagster als eigenaar van voorwerp moet worden aangemerkt en zo ja, of zich situatie van art. 94a.4 of 94a.5 Sv voordoet. Rb heeft dus onjuiste maatstaf toegepast.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1059
  2. Hoge Raad · 18 november 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1702

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00055 B

Datum 18 november 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2024, nummer RK 24/022638, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en M.N. Greeven bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank, en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering een onjuiste maatstaf heeft toegepast.

2.2

Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

2.3

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2025.