Strafrecht overig
Deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), medeplegen invoer van wapens en munitie uit Kroatië (art…
Hoge Raad, 9 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1869 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1869
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 5 december 2025
- Zaaknummer
- 23/04311
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1869
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), medeplegen invoer van wapens en munitie uit Kroatië (art. 14.1 WWM), medeplegen bedrijfsmatige handel in vuurwapens en munitie (art. 9.1 WWM), medeplegen bedrijfsmatige overdracht van vuurwapens en munitie (art. 31.1 WWM), medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM), medeplegen bedreiging (art. 285.1 Sr) en medeplegen beschadiging (art. 350.1 Sr).
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 23/04259.
Procesgang
Rechtbank Noord-Nederland · 29 juli 2021
ECLI:NL:RBNNE:2021:3254Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 oktober 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:9081(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:932Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1869
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04311
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 oktober 2023, nummer 21-003514-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.