Strafrecht overig
Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door ander met bierpul tegen zijn hoofd te slaan, art…
ECLI:NL:HR:2025:1874 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1874
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 24/04605
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1874
Samenvatting
Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door ander met bierpul tegen zijn hoofd te slaan, art. 300.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat strekt tot vrijspraak, art. 359.2 Sv.
HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs feitelijke oordeel dat geen sprake is geweest van persoonswisseling, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Hof heeft zijn oordeel gegrond op verklaringen van 3 getuigen (aangever, zijn vriendin en andere vriendin) die (op hoofdlijnen) hetzelfde hebben verklaard over persoon die aangever met bierpul heeft geslagen, terwijl verklaring van getuige (waarin zij uiterlijk kenmerk van verdachte beschrijft) ook bevestiging vindt in eigen waarneming van hof. Hof heeft in zijn oordeel bovendien meegewogen dat het geen reden heeft om te twijfelen aan juistheid en betrouwbaarheid van inhoud van gebruikte bewijsmiddelen. Aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel doet niet af dat verdachte in geen van de door verdediging in eerste aanleg overgelegde getuigenverklaringen (welke kennelijk door vrienden van verdachte na incident zijn opgemaakt) wordt aangewezen als verantwoordelijk voor letsel van aangever.
Volgt verwerping.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1170Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1874
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04605
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 december 2024, nummer 21-002079-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.H. Rump bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat strekt tot vrijspraak.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.