Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op horloge onder klager n.a.v. vonnis van Duitse rechter, waarna Rb…
Hoge Raad, 7 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:21 · Hoge Raad · 7 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-21
Zaakgegevens
Op 7 januari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Datum publicatie
- 19 december 2024
- Zaaknummer
- 23/04533
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:21
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op horloge onder klager n.a.v. vonnis van Duitse rechter, waarna Rb klaagschrift n-o heeft verklaard omdat het niet binnen 3 maanden na eindigen van vervolgde zaak is ingediend (art. 552a.3 Sv). Ontvankelijkheid cassatieberoep na teruggave aan klager, art. 134.2.a jo. 118a.1 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Uit ingewonnen informatie blijkt dat er voor horloge een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden, die in mindering is gebracht op nog openstaand bedrag van confiscatiebevel van Duitse autoriteiten. Hieruit kan worden afgeleid dat voorwerp door OM aan klager is teruggegeven (art. 118a.1 Sv). Indien een ex art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerp na zekerheidsstelling a.b.i. art. 118a Sv aan klager is teruggegeven, is daarmee beslag geëindigd, zoals volgt uit art. 134.2.a Sv. Dat brengt mee dat klager n-o is in het door hem ingestelde beroep.
Klager n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 oktober 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1075Hoge Raad · 7 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:21
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04533 B
Datum 7 januari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 22 november 2023, nummer RK 23/024057, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J. Weldam, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.