Strafrecht overig

Poging tot moord door in 2021 in Alkmaar na ruzie ander op te wachten en hem met geweer met geluiddemper op…

Zaakgegevens

Op 11 maart 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2025
Datum publicatie
5 maart 2025
Zaaknummer
24/00104
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:354
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot moord door in 2021 in Alkmaar na ruzie ander op te wachten en hem met geweer met geluiddemper op afstand van 6,5 meter in zijn kaak te schieten, art. 289 Sr.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 27 december 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:3545
  2. Hoge Raad · 11 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:354

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00104

Datum 11 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 december 2023, nummer 23-002739-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J.A. Verhoeven, advocaat in Alkmaar, een schriftuur ingediend.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.