Strafrecht overig

Medeplegen veroorzaken van ontploffing door in 2020 op oudjaarsavond in centrum van Joure giertank gevuld met…

Zaakgegevens

Op 11 maart 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2025
Datum publicatie
6 maart 2025
Zaaknummer
24/00579
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:359
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen veroorzaken van ontploffing door in 2020 op oudjaarsavond in centrum van Joure giertank gevuld met 5 kilogram carbid te ontsteken, waardoor schade is toegebracht aan omliggende panden, art. 157.1 Sr.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 24/00613 en 24/00614.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 februari 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:1074
  2. Hoge Raad · 11 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:359

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00579

Datum 11 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2024, nummer 21-003570-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, een schriftuur ingediend.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.