Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. verduistering (art. 321 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutel…
Hoge Raad, 11 maart 2025
ECLI:NL:HR:2025:376 · Hoge Raad · 11 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-376
Zaakgegevens
Op 11 maart 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 maart 2025
- Datum publicatie
- 11 maart 2025
- Zaaknummer
- 23/04765
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:376
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. verduistering (art. 321 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutel, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van het door raadsman per e-mail verzonden schrijven waarin grieven zijn opgenomen en dat aan cassatieschriftuur is gehecht? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Ter staving van stelling dat hof geen acht heeft geslagen op grieven, zijn aan cassatieschriftuur kopieën gehecht van e-mail van 5-4-2023 van raadsman met als onderwerp “appelschriftuur inzake 05-314730-2” gericht aan Rb strafgriffie Arnhem (Rb Gelderland). Bij dit bericht meegezonden appelschriftuur is aan cassatieschriftuur gehecht. Aan schriftuur gehecht stuk biedt grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte vóór onderzoek ttz. op 23-11-2023 schriftuur houdende grieven is ingediend. Daarom is ‘s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 december 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1432Hoge Raad · 11 maart 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:376
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04765
Datum 11 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2023, nummer 21-001605-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.