Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep…

Hoge Raad, 25 maart 2025

Zaakgegevens

Op 25 maart 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 maart 2025
Datum publicatie
20 maart 2025
Zaaknummer
23/00827
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:434
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan verkeerstoren hof (met onder meer grieven tegen vonnis Pr), die zich bij stukken bevindt?

HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: In p-v van tz. in h.b. van 16-2-2023 is in voetnoot vermeld dat na sluiting van onderzoek en na mededeling van uitspraak is gebleken dat raadsman op 15-2-2023 (tijdig) grieven naar verkeerstoren hof heeft verstuurd, terwijl voorzitter hof, griffier hof en AG hiervan t.t.v. onderzoek ttz. in h.b. niet op de hoogte waren. Gelet op inhoud van e-mail van raadsman aan verkeerstoren hof, waarin staat dat h.b. zich o.m. richt tegen bewezenverklaring, strafmaat en toegewezen vordering benadeelde partij, zijn namens verdachte grieven ingediend en heeft hof de verdachte ten onrechte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in h.b.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 16 februari 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:3784
  2. Conclusie A-G · 14 januari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:39
  3. Hoge Raad · 25 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:434

    Overig

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00827

Datum 25 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2023, nummer 23-002624-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Aynan, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.