Strafrecht overig
Mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1…
Hoge Raad, 25 maart 2025
ECLI:NL:HR:2025:449 · Hoge Raad · 25 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-449
Zaakgegevens
Op 25 maart 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 maart 2025
- Datum publicatie
- 21 maart 2025
- Zaaknummer
- 23/05036
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:449
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster, art. 359.2 Sv. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. ontbreken van oogmerk van uitbuiting, art. 359.2 Sv.
HR: Om redenen vermeld in CAG, leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft uitgebreid gemotiveerd waarom het de verklaringen van aangeefster (anders dan verdediging) betrouwbaar acht. Aan de uit art. 359.2 Sv voortvloeiende responsieplicht heeft hof ruimschoots voldaan. Ad 2. Hof heeft onder verwijzing naar toepasselijke maatstaven, inhoudende dat voor oogmerk van uitbuiting geen zelfstandig vereiste is dat initiatief tot verlening van seksuele diensten van verdachte is uitgegaan, geoordeeld dat dit standpunt van verdediging aan bewijsbaarheid van tlgd. feiten niet afdoet. Hof heeft hof op standpunt gerespondeerd en was niet gehouden om op alle details van argumentatie daarvan in te gaan.
Volgt verwerping. Samenhang met 23/05037 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 21 december 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3631Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 januari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:57Hoge Raad · 25 maart 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:449
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/05036
Datum 25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 december 2023, nummer 23-002374-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer en over het ontbreken van een oogmerk van uitbuiting.
De bewezenverklaring, de bewijsvoering en de kwalificatie zijn weergegeven in de uitspraak van het hof, die is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHAMS:2023:3631.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.4 tot en met 2.6.
3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.