Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager naar aanleiding van ongeldigverklaring van zijn rijbewijs…
ECLI:NL:HR:2025:626 · Hoge Raad · 22 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-626
Zaakgegevens
Op 22 april 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 april 2025
- Datum publicatie
- 17 april 2025
- Zaaknummer
- 23/01748
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:626
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager naar aanleiding van ongeldigverklaring van zijn rijbewijs, waarna strafrechter heeft beslist tot teruggave van auto aan klager. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Beslissing omtrent beslag in strafvonnis (teruggave van auto aan klager) brengt met zich dat klager geen belang meer heeft bij beroep tegen beschikking waarin zijn beklag ongegrond is verklaard en dat hij daarom in beroep n-o moet worden verklaard. In beschikking Rb is immers beslissing gegeven in afwachting van oordeel van strafrechter over beslag. Door beslissing omtrent beslag in strafzaak kan op klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
Klager n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:154Hoge Raad · 22 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:626
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01748 B
Datum 22 april 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 13 april 2023, nummer RK 23/001954, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat M. van Viegen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.