Strafrecht overig

Eendaadse samenloop van medeplegen invoer van 250 kg cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen…

Hoge Raad, 22 april 2025

Zaakgegevens

Op 22 april 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2025
Datum publicatie
18 april 2025
Zaaknummer
22/04426
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:641
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eendaadse samenloop van medeplegen invoer van 250 kg cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen daarvoor (art. 10a.1 Opiumwet). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten opzet. Kan oordeel dat verdachte wetenschap had van invoer van cocaïne voldoende worden afgeleid uit bewijsmiddelen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Bezien in het licht van ’s hofs vaststellingen in zijn nadere bewijsoverwegingen en gelet op beperkte onderbouwing door verdachte van zijn alternatieve verklaring, is niet van onjuiste rechtsopvatting getuigende verwerping daarvan door hof en ‘s hofs daaropvolgende oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op invoer van cocaïne en plegen van voorbereidingshandelingen a.b.i. art. 10a Opiumwet, niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.

Volgt verwerping. Samenhang met 22/04361, 22/04480, 22/04481 en 22/04842 P.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 22 november 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:3040
  2. Conclusie A-G · 11 februari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:141
  3. Hoge Raad · 22 april 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:641

    (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04426

Datum 22 april 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 november 2022, nummer 22-001889-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.C. van der Want, advocaat in Middelburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 15.

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 28 maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 27 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.