Strafrecht overig
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. deelneming…
ECLI:NL:HR:2025:657 · Hoge Raad · 22 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-657
Zaakgegevens
Op 22 april 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 april 2025
- Datum publicatie
- 22 april 2025
- Zaaknummer
- 24/04404
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:657
Samenvatting
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. deelneming aan criminele organisatie, Opiumwetdelicten en witwassen. Ontbrekende pagina’s van pleitnota.
Volledige versie van pleitnota die in p-v is vermeld, ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. N.a.v. een door raadsvrouw o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR gedaan verzoek is bij Rb nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat volledige versie van die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. HR kan daardoor niet nagaan of op zitting meer verweren zijn gevoerd dan die in uitspraak van Rb zijn vermeld, en ook niet controleren of Rb (v.zv. zij daartoe gehouden was) in voldoende mate heeft gerespondeerd op wat op die zitting door raadsman bij voeren van verweer naar voren is gebracht.
Volgt vernietiging en oproeping van opgeëiste persoon om te verschijnen op zitting van HR. CAG: anders.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 maart 2025
ECLI:NL:PHR:2025:346Hoge Raad · 22 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:657
Hoge Raad · 8 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1092
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04404 U
Datum 22 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 oktober 2024, nummer UTL-I-2021017715, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de opgeëiste persoon.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de behandeling van het uitleveringsverzoek op de zitting van 30 maart 2023 en de mede naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de volledige versie van de pleitnota die op deze zitting door de raadsman van de opgeëiste persoon aan de rechtbank is overgelegd, zich niet bij de stukken bevindt.
Het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek op de zitting van 30 maart 2023 houdt in:
“De raadsman voert het woord overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotities. De pleitnotities zijn aan dit proces-verbaal gehecht en maken daarvan deel uit.”
De volledige versie van de pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsvrouw op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij de rechtbank nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat de volledige versie van die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. De Hoge Raad kan daardoor niet nagaan of op de zitting van 30 maart 2023 meer verweren zijn gevoerd dan die in de uitspraak van de rechtbank zijn vermeld, en ook niet controleren of de rechtbank – voor zover zij daartoe gehouden was – in voldoende mate heeft gerespondeerd op wat op die zitting door de raadsman bij het voeren van verweer naar voren is gebracht. Het cassatiemiddel slaagt daarom.
3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- beveelt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen te verschijnen op de zitting van de Hoge Raad van maandag 2 juni 2025 om 13.30 uur om te worden gehoord over het verzoek tot zijn uitlevering.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.