Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op meerdere geldbedragen en mobiele telefoons onder klager, waarna OM de…
Hoge Raad, 27 mei 2025
ECLI:NL:HR:2025:660 · Hoge Raad · 27 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-660
Zaakgegevens
Op 27 mei 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 mei 2025
- Datum publicatie
- 23 april 2025
- Zaaknummer
- 23/02602
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:660
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op meerdere geldbedragen en mobiele telefoons onder klager, waarna OM de strafzaak tegen klager seponeert en Rb beklag gegrond verklaart en teruggave aan klager van 1 geldbedrag gelast. Schriftelijke afdoening van klaagschrift zonder openbare behandeling gelet op ontbreken van noodzaak tot horen van partijen op zitting, art. 23.2 Sv. Kon Rb een beschikking geven zonder klaagschrift in openbare raadkamer te behandelen? HR: Om redenen vermeld in CAG slagen middelen. CAG: Uit brief van Rb aan HR blijkt dat klaagschrift schriftelijk is afgehandeld, omdat Rb in veronderstelling verkeerde dat inbeslaggenomen voorwerpen waarop klaagschrift betrekking had (afgezien van 1 geldbedrag) al aan klager waren teruggegeven en dat partijen het met elkaar eens waren, zodat er geen noodzaak was tot het nader horen van partijen op zitting. Uit dossier is niet gebleken dat raadsman of klager heeft ingestemd met schriftelijke afdoening. Uit voornoemde brief van Rb volgt dat achteraf is gebleken dat OM de Rb onjuist heeft geïnformeerd. Enkele inbeslaggenomen geldbedragen waren (toch) nog niet teruggegeven aan klager en telefoons zijn in de tussentijd naar aanleiding van rechtshulpverzoek overgedragen aan Israëlische autoriteiten. Steller van middel heeft onderbouwd welk nadeel de klager a.g.v. verzuim van Rb heeft ondervonden. Daartoe heeft hij aangevoerd dat klager niet heeft kunnen aangeven dat goederen nog niet waren teruggegeven, dat er geen last tot teruggave is gegeven voor telefoons en overige geldbedragen (terwijl klaagschrift wel strekte tot teruggave van deze goederen) en dat telefoons in de tussentijd zijn overgedragen aan Israëlische autoriteiten. Nu belang van klager bij cassatie is onderbouwd, moet verzuim van Rb in dit geval tot cassatie leiden.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 maart 2025
ECLI:NL:PHR:2025:284Hoge Raad · 27 mei 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:660
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02602 B
Datum 27 mei 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2023, nummer RK 23/010228, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] (Israël) op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat T.J.N. Hameleers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
De cassatiemiddelen klagen dat geen openbare behandeling van het door de klager ingediende klaagschrift heeft plaatsgevonden.
De cassatiemiddelen slagen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.4.
3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2025.