Strafrecht overig

Negeren van opdracht van burgemeester tot beëindiging van betoging (art. 7 jo. 11.1.b WOM). Vrijspraak in…

Hoge Raad, 10 juni 2025

Zaakgegevens

Op 10 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juni 2025
Datum publicatie
5 juni 2025
Zaaknummer
23/01883
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:846
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Negeren van opdracht van burgemeester tot beëindiging van betoging (art. 7 jo. 11.1.b WOM). Vrijspraak in eerste aanleg. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427.2 Sv. Uitzondering van art. 427.3 Sv van toepassing, nu samenstel van WOM en APV Den Haag aan de orde is? HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. CAG: Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in art. 7 jo. art. 11.1.b WOM omschreven feit, welk feit zoals blijkt uit art. 11.2 WOM een overtreding is. Hof heeft t.z.v. dat feit een geheel voorwaardelijke geldboete opgelegd van € 250, subsidiair 5 dagen hechtenis. Ex art. 427.2.b Sv staat tegen ‘s hofs uitspraak in beginsel beroep in cassatie niet open. Geen sprake van overtreding van gemeentelijke verordening a.b.i. art. 427.3 Sv. Aan tekst noch aan wetsgeschiedenis van art. 427.3 Sv kunnen aanwijzingen worden ontleend dat uitzondering op cassatieverbod zich ook uitstrekt tot indirect relevante regelgeving van lagere overheden.

Verdachte n-o.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 2 mei 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:896
  2. Conclusie A-G · 1 april 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:402
  3. Hoge Raad · 10 juni 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:846

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01883

Datum 10 juni 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023, nummer 22-001954-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R. Dijkstra bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025.