Strafrecht overig
Zware mishandeling met dood tot gevolg door zijn vriendin meermalen tegen haar hoofd te slaan en te schoppen…
Hoge Raad, 24 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:982 · Hoge Raad · 24 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-982
Zaakgegevens
Op 24 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2025
- Datum publicatie
- 20 juni 2025
- Zaaknummer
- 24/01522
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:982
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zware mishandeling met dood tot gevolg door zijn vriendin meermalen tegen haar hoofd te slaan en te schoppen, art. 302.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: V.zv. ter onderbouwing van klachten een beroep wordt gedaan op andere delen van dossier dan delen die hof voor bewijs heeft gebruikt, stuiten klachten af op selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat geen sprake is van tegenstrijdigheden in verklaringen van getuige. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, aangezien aangehaalde verklaringen er alle in de kern op neerkomen dat getuige het slachtoffer niet kon zien maar verdachte gedeeltelijk wel, dat zij kon zien dat verdachte schoppende bewegingen maakte en dat zij slachtoffer hoorde schreeuwen en kreunen van pijn.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 18 april 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:621Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:634Hoge Raad · 24 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:982
Hoge Raad · 22 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1530
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01522
Datum 24 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 april 2024, nummer 22-000700-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.R. Mantz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De cassatiemiddelen zijn schriftelijk toegelicht.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste tot en met het zesde cassatiemiddel
De cassatiemiddelen komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring.
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 en 3.
3 Beoordeling van het zevende en het achtste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2025.