Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op partij voorwerpen onder klaagster t.z.v. verdenking van valsheid in…
Hoge Raad, 24 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:989 · Hoge Raad · 24 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-989
Zaakgegevens
Op 24 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2025
- Datum publicatie
- 23 juni 2025
- Zaaknummer
- 23/01629
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:989
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op partij voorwerpen onder klaagster t.z.v. verdenking van valsheid in geschrift, voorbereiding van handel in schadelijke waren en/of overtreding van art. 18 Warenwet. Ontvankelijkheid klaagschrift, art. 134.2.c jo. 117 Sv.
O.b.v. door HR ingewonnen inlichtingen moet ervan worden uitgegaan dat inbeslaggenomen voorwerpen in november 2021 zijn vernietigd met machtiging van OvJ van 2-11-2021 a.b.i. art. 117 Sv. Hieruit volgt dat beslag al was beëindigd op moment van beslissing op klaagschrift. Dat brengt mee dat Rb klaagster in haar klaagschrift n-o had moeten verklaren.
HR doet wat Rb had behoren te doen en verklaart klaagschrift alsnog n-o. CAG: anders. Samenhang met 23/01638 B en 24/01015 B en met 23/02666 B en 24/01159 B (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:159Hoge Raad · 24 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:989
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01629 B
Datum 24 juni 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 maart 2023, nummer RK 22/026816, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat K. Canatan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep.
2 Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klaagster van een partij voorwerpen met de omschrijving “344 kg bruto Fragrances”. Op 24 november 2022 is bij de rechtbank een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) ingekomen, dat strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klaagster. Dat klaagschrift is door de rechtbank op 3 maart 2023 behandeld waarna de rechtbank op 17 maart 2023 het klaagschrift ongegrond heeft verklaard.
Op basis van door de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen moet ervan worden uitgegaan dat de inbeslaggenomen voorwerpen in november 2021 zijn vernietigd met een machtiging van de officier van justitie van 2 november 2021 als bedoeld in artikel 117 Sv.
Artikel 134 lid 2 Sv luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
(...)
c. de machtiging als bedoeld in artikel 117 is verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd;
(...).”
Hieruit volgt dat het beslag al was beëindigd op het moment van de beslissing op het klaagschrift. Dat brengt mee dat de rechtbank de klaagster in haar klaagschrift niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De Hoge Raad zal doen wat de rechtbank had moeten doen.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- verklaart het klaagschrift alsnog niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2025.