Strafrecht overig
Voorhanden hebben van pistool en munitie, art. 26.1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht…
Hoge Raad, 25 augustus 2026
ECLI:NL:HR:2026:1353 · Hoge Raad · 25 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1353
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Datum publicatie
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- 24/03446
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1353
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorhanden hebben van pistool en munitie, art. 26.1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht “voorhanden hebben”.
HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit de in bewijsvoering vastgestelde feiten en omstandigheden heeft hof kunnen afleiden dat verdachte op 11-11-2021 wapen en munitie zowel bewust aanwezig heeft gehad als daarover feitelijke macht kon uitoefenen op de wijze zoals is vereist voor het als pleger voorhanden hebben van wapen en munitie. Uit die f&o blijkt immers dat verdachte op 1-11-2021 pistool in bergingscomplex van zijn woning bewaarde en verdachte op 11-11-2021 (nadat hij in berging behorende bij zijn woning was geweest) is gelokaliseerd bij woning van (destijds) goede vriend, waar in bewezenverklaring bedoeld wapen en bijbehorende munitie op een via balkon te bereiken dak van woning zijn aangetroffen, terwijl op moment dat politie die woning binnentrad 1 van personen die daar voorafgaand aan binnentreden nog aanwezig was woning (gelet op aanwezige politie op niet gebruikelijke wijze) heeft verlaten.
Volgt verwerping.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 27 augustus 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:2687Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:562Hoge Raad · 25 augustus 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1353
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03446
Datum 25 augustus 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 september 2024, nummer 22-002220-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat L.C. de Lange bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring onder 4.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.