Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs (art. 231.2 Sr), rijden…
Hoge Raad, 15 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1474 · Hoge Raad · 15 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1474
Zaakgegevens
Op 15 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Zaaknummer
- 24/04741
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1474
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs (art. 231.2 Sr), rijden onder invloed zonder rijbewijs (art. 8.4 jo. 8.3.a WVW 1994) en rijden zonder rijbewijs (art. 107.1 WVW 1994). Ontvankelijkheid hoger beroep, e-mailbericht van raadsman met grief bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op e-mail van raadsman aan hof die o.m. inhoudt dat “appel zich richt tegen opgelegde straf”?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Nu e-mail voorafgaand aan tz. in h.b. is gestuurd naar hof waar zaak in h.b. diende, doet in art. 416.2 Sv bedoeld geval dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend zich niet voor. Om die reden is ’s hofs oordeel dat verdachte geen grieven tegen vonnis heeft ingediend, niet begrijpelijk.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juli 2026
ECLI:NL:PHR:2026:672Hoge Raad · 15 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1474
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04741
Datum 15 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2024, nummer 20-001721-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A. Stronkhorst bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2026.