Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr), vernieling…
Hoge Raad, 15 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1476 · Hoge Raad · 15 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1476
Zaakgegevens
Op 15 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Zaaknummer
- 25/01736
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1476
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300.1 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr), vernieling (art. 350.1 Sr) en poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van e-mail van raadsman aan strafgriffie Rb met als bijlage een appelschriftuur?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij stukken bevindt zich geen appelschriftuur. Door raadsman in cassatie overgelegd stuk doet evenwel ernstig vermoeden dat appelschriftuur wel degelijk is ingediend. Het moet ervoor worden gehouden dat namens verdachte tijdig schriftuur houdende grieven is ingediend en dat deze na indiening in het ongerede is geraakt. Bijgevolg kan ’s hofs beslissing om verdachte met toepassing van art. 416.2 Sv n-o te verklaren in h.b. niet in stand blijven.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juli 2026
ECLI:NL:PHR:2026:667Hoge Raad · 15 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1476
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01736
Datum 15 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025, nummer 23-002534-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.D. Rijnsburger bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2026.